Ouderbetrokkenheid

Janna blogt: Even onthaasten van het 'race-lezen'

14 juni 2019

Bij mijn jongste in groep 3 kunnen de jongens het allemaal goed met elkaar vinden. Ze kiezen elkaar voor opdrachten in de klas, in de pauzes en na school spelen ze samen en in het weekend zien ze elkaar weer op het voetbalveld. Jongste heeft het dan ook steevast over ‘m’n vrienden’.

Land van Lezen

Laatst op een klein festivalletje in het dorp: “Mama, als je me kwijt bent, zoek dan een van m’n vrienden, want daar ben ik altijd bij.” En gelukkig voor ons zijn dat er ongeveer elf … het is best gemakkelijk om er daar eentje van te vinden op een klein plein … ‘de vrienden’ maken zo’n kind-tracker totaal overbodig.

We zijn dus heel blij met dit hechte groepje mannetjes. Maar wat we erbij cadeau krijgen, is een behoorlijke portie competitie. Bij de spreekbeurten gaat het om de meeste tops (en de minste tips!), bij voetbal gaat het om doelsaldo’s en ‘het beste team’. En bij lezen gaat het … juist, om het hoogste AVI-niveau en snel lezen. Als ‘de vrienden’ komen voor een lunch, gaat het gesprek, behalve over wie de mééste boterhammen eet, ook over wie inmiddels het beste leest in de klas. Jongste is zeer gevoelig voor de groepsmening. En voor hem staan ‘goed’ en ‘hoog’ op dit moment gelijk aan ‘dik’ en ‘snel’.

Bij de bibliotheek sprint hij (niet loopt … want: ‘snel’ is ‘beter’) steevast af op de kast met B-boeken om daar na enig speurwerk het dikste exemplaar uit te trekken. Als het onderwerp hem per ongeluk aan blijkt te spreken, is er natuurlijk geen probleem. Maar meestal is ‘zo dik mogelijk’ een goed criterium om een boek te vinden dat totaal niet aansluit bij je interesses of ontmoedigend ver boven je leesniveau ligt. Kortom: weer een genomineerde in onze uitpuilende tas om na enige dagen door mij in een hoek te worden gevonden, wachtend op een enkeltje bibliotheek.

Van de juf op school hebben we al een aantal maal te horen gekregen dat jongste vooral ook goed moet lezen wat er staat. Hij leest prima op niveau en hoeft echt niet nog meer te racen. Maar we krijgen hem dat maar moeilijk uitgelegd. Als we met hem alleen lezen, gaat het prima, maar zodra er iets gelezen moet worden met een leeftijdsgenootje in de buurt, begint de competitie.

We hebben onze hoop nu gevestigd op de vakantie. Waarschijnlijk krijgen we van de juf weer een fijne vakantieleeskaart (bingo) mee met fors minder vakjes dan vakantiedagen. In de bibliotheek worden leeskoffertjes uitgedeeld met ‘gemiddelde’ boeken die prima in zes weken uit te lezen zijn (en onze vouwwagen niet onnodig verzwaren). Zes weken aandacht, zes weken waarin we onze jongste hopelijk kunnen doen inzien dat hij precies goed is en niet altijd de beste of snelste hoeft te zijn … figuurlijk én letterlijk onthaasten met ‘de grote elf’ op afstand. Ik moet alleen nog wel even op zoek naar een goede kind-tracker, bedenk ik me nu.

Er zijn nog geen reacties.