Passend onderwijs

Lezende kleuters: stimuleren of inperken?

8 mei 2017

In groep 3 wordt op school gestart met het echte leesonderwijs. Maar sommige kleuters zijn al vroeg geïnteresseerd in letters en kunnen niet wachten tot ze zelf kunnen lezen. Eén op de tien kleuters leert zichzelf lezen in groep 2. En er zijn zelfs kinderen die er nóg vroeger bij zijn. Maar wanneer spreken we van écht lezen? Wat is het verschil met woordbeeldherkenning? En als een kleuter al heeft leren lezen, wat bied je hem dan aan?

Navertellen

Jonge kinderen hebben een geweldig geheugen (probeer maar eens een potje Memory van ze te winnen!) en kunnen prentenboeken die ze vaak voorgelezen hebben gekregen soms woordelijk herhalen. Wanneer ze dat doen bij de juiste bladzijde en met hun ogen op de woorden, lijkt het alsof ze echt lezen. Maar wanneer ze een nieuw boek wordt gegeven, wordt al snel duidelijk dat het niet om echt lezen gaat.

Woordbeeldherkenning

Bij woordbeeldherkenning ziet een kind een woord als plaatje. Bijvoorbeeld de eigen naam, Tom, bestaat uit streepjes en boogjes in een bepaalde verhouding tot elkaar. Dat plaatje, het woordbeeld, hoort bij de kleuter, en het noemt de eigen naam bij het zien van dat plaatje. Maar woorden die er sterk op lijken, zullen ook worden gelezen als Tom. Tam bijvoorbeeld. Of Ton. Hier is overigens helemaal niets mis mee. Peuters en kleuters zijn volop aan het ontdekken hoe al die lettertekens zich verhouden tot de werkelijkheid. Ze zien hun ouders een vertaalslag maken van die tekens naar een verhaal wanneer ze worden voorgelezen. Jonge kinderen doen hierin van nature hun ouders na en dat is goed voor de taalontwikkeling en het latere lezen. Maar het is dus nog niet echt lezen. 

 

Het échte lezen

Lezen is het proces waarbij letters afzonderlijk en in samenhang met elkaar vertaald worden in klanken. ‘Tom’ bestaat uit drie letters: T-o-m. Kinderen leren dat de klanken van afzonderlijke letters en lettercombinaties (aa, oo, oe) gecombineerd kunnen worden tot woorden. Tam en Ton worden dan niet meer verward met Tom. Doordat kinderen steeds meer letters en lettercombinaties leren koppelen aan klanken, leren ze steeds meer nieuwe woorden lezen. Eerst alleen klankzuivere woorden zoals Tom, maan, roos en vis, en later ook niet-klankzuivere woorden zoals paard en circus.

Hoogbegaafdheid of een ontwikkelingsvoorsprong?

Kinderen die al jong écht kunnen lezen, hebben in elk geval op dit gebied een ontwikkelingsvoorsprong. Bij kleuters spreken we over het algemeen nog niet van hoogbegaafdheid, ook al wordt er een voorsprong op meerdere gebieden waargenomen. Kleuters ontwikkelen zich sprongsgewijs, waardoor bepaalde snelle ontwikkelingen ook een hele tijd weer op hetzelfde niveau kunnen blijven. Maar een kleuter die al kan lezen en lezen leuk vindt, of die nu hoogbegaafd is of niet, zal hoe dan ook behoefte hebben aan extra uitdaging. Het label hoogbegaafd is in dit verband dus minder relevant. Het is wel goed om hier in latere jaren alert op te blijven, om het kind de juiste uitdaging te kunnen blijven bieden op alle gebieden. Wist u dat kleuters sterke voelsprieten hebben voor wat er van hen verwacht wordt? En dat snelle kleuters zich om deze reden al in groep 1 naar beneden kunnen gaan aanpassen aan het niveau van hun leeftijdgenoten? Immers, het kind naast hen krijgt uitvoerige complimenten voor het herkennen van de letter ‘b’. Dan kan de lezende kleuter concluderen dat het hier de bedoeling is om letters te benoemen, niet om te lezen! Hij kan dan op school alleen letters gaan benoemen, terwijl hij thuis al echt leest. Wees hier alert op wanneer u met ouders in gesprek bent en een kind in de klas observeert. Het kan zijn dat hij in de klas echt ander gedrag laat zien dan thuis. U zou het kind een eenvoudig boekje kunnen geven dat het nog niet kent (onderaan dit artikel vindt u boekentips voor lezende kleuters), en daarbij aangeven dat u gehoord heeft dat het al kan lezen. Vraag of het kind een stukje wil voorlezen. Sommige kinderen zullen ook dan nog volharden in hun aangepaste gedrag, dus verbind niet direct een definitieve conclusie aan wat het kind (niet) laat zien. U kunt ook ouders met hun smartphone of tablet een filmpje laten opnemen van hun kind in de thuissituatie met een eenvoudig boekje dat het nog niet kent, zodat duidelijk wordt of het echt om lezen gaat.

Lezen stimuleren of inperken?

Wanneer duidelijk is dat een kleuter al echt kan en wil lezen, hoe gaat u daar dan mee om als leerkracht? Stimuleert u het, of perkt u het in? Er wordt wel eens beweerd dat het slecht zou zijn voor kinderen om al jong te leren lezen. Natuurlijk is het nooit goed om een kind te pushen als het ergens nog niet aan toe is. Maar wanneer een kind zichzelf leert lezen en er zelf naar vraagt, is er geen reden om dit in te perken. Erken het leesgedrag van het kind. Geef het niet een boekje om u vervolgens de rest van de dag alleen nog maar bezig te houden met de andere kinderen. Dat kan al snel voelen als een stilzwijgende afkeuring van het al kunnen lezen. Toon u betrokken: was het een leuk verhaal? Wat gebeurde er allemaal?

Het juiste leesniveau bij de juiste belevingswereld

Wanneer een kind al kan lezen ruim voor het naar groep 3 gaat, is het vaak lastig om goed leesmateriaal te vinden. De boekjes voor beginnende lezers zijn immers geschreven voor kinderen van 6 en 7 jaar en sluiten daardoor minder goed aan bij de belevingswereld van kinderen van 4 en 5 jaar. Uitgeverij Zwijsen ontwikkelde speciaal voor kleuters die al kunnen lezen de serie ‘Hee, ik lees!’ Deze boeken vormen een overgang tussen prentenboeken en leesboeken voor beginnende lezers en ze zijn zelfstandig te lezen. Ze volgen de belevingswereld van kleuters, met thema’s als de seizoenen, een nieuw schooljaar, buiten spelen en vriendjes. Deze thema’s sluiten ook aan op de ankers van de kleutermethode Schatkist. Er zijn verschillende soorten verhalen: verhalen in de vorm van een strip, verhalen op rijm en verhalen met kleine letter- en woordgrapjes. Voor alle verhalen geldt dat de tekst zeer eenvoudig is.

Er zijn nog geen reacties.