Schoolbibliotheek

Met Leesvink de bezem door de schoolbieb

15 mei 2018

Na een jarenlange carrière in het boekenvak begon Merel de Vink een paar jaar geleden voor zichzelf. Leesvink was geboren. Basisscholen kunnen haar inzetten om hun schoolbibliotheek door te lichten, op te schonen en opnieuw in te richten. 'Soms is het nodig om boeken letterlijk af te stoffen.’

Ze ziet opmerkelijke dingen voorbijkomen: boeken vol penkrassen, beduimelde boeken met losse bladzijden, boeken uit de jaren vijftig met oude spelling, boeken die schots en scheef in oude, grijze archiefkasten staan - of tussen dweilen en schoonmaakspullen in een hokje achteraf -  gebrek aan liefde voor boeken, en leerkrachten die zich schamen voor hun biebcollectie. Zo ontzettend zonde, en ook zeker niet nodig volgens Merel de Vink. Merel is coming to the rescue! ‘Samen maken we er  weer een fijne collectie van.’ 

Een biebcollectie up-to-date houden? Lastig! 

‘Toen ik net begon met Leesvink dacht ik dat scholen zouden zeggen dat ze hun collectie zelf wel konden samenstellen.’ Het is juist anders, merkte ze toen ze in gesprek ging: scholen vinden het best lastig om de collectie up-to-date te houden. Steeds meer scholen vinden dan ook de weg naar Leesvink. Het is volgens Merel belangrijk dat er een breed draagvlak is onder leerkrachten voor haar werkzaamheden: ‘Ik wil samen met iedereen op school, dus ook met de leerlingen, het vrij leesonderwijs vormgeven. Dat lukt me niet in mijn eentje. Ik kom voor een oriënterend gesprek dan ook vrijblijvend langs. Scholen zitten nergens aan vast tijdens zo’n verkennend gesprek.’

Soms blijft het bij een eerste kennismaking, maar meestal komen scholen toch bij haar terug omdat ze aan het denken zijn gezet over de rol van het vrij leesonderwijs en het belang ervan: ‘Een goede boekencollectie is een belangrijk onderdeel van een onderwijsinstelling, daar moet je als school naar mijn idee geld in wíllen steken.’ Scholen zien dat gelukkig ook in, volgens haar: ‘Oud en kapot meubilair wordt niet bewaard en een verouderde lesmethode blijft een school niet gebruiken. Dat zou met boeken ook niet zo moeten zijn, die moet je als volwaardig onderdeel van je school zien.’ In de meeste gevallen komt het benodigde geld er dan ook, zegt ze: ‘Linksom of rechtsom staat het dan toch op de onderwijsbegroting.’ 

Merel vindt het belangrijk te benadrukken dat ze niet op scholen komt om leerkrachten de les te lezen over hun boekencollectie, ze wil niets opleggen: ‘Ik kom in hun domein. Ik wil dat niet met opgeheven vingertje doen. Ik vind het belangrijk om te vertellen dat ik niet kom om hun boekenkasten te vullen, maar dat ik sámen met hen een boekencollectie vormgeef.’

Gymzaalvloer vol stapels boeken

Dat betekent dat Leesvink bekijkt hoe er wordt lesgegeven, welke methode de school gebruikt, welke sociale achtergrond de leerlingen over het algemeen hebben en waar de nadruk in de lessen op ligt. Kortom: alle facetten die het onderwijs vormgeven. ‘Als een school erg gericht is op de zaakvakken en het maken van werkstukken, dan houd ik daar rekening mee in het samenstellen van de boekencollectie door meer in te zetten op informatieve boeken, bijvoorbeeld.’

Na gesprekken met leerkrachten en leerlingen, enquêtes over wat er graag gelezen wordt en de achtergronden van de school en leerlingen, begint Merel met het inventariseren en inscannen van alle titels. ‘Alle boeken inderdaad. Soms ligt de hele gymzaalvloer vol stapels. Ik zeg altijd: “probeer de boeken door de ogen van kinderen te bekijken”. Een boekencollectie is geen statisch gegeven maar altijd in beweging. Wat jij vroeger zelf graag las, hoeft nu niet meer favoriet te zijn.’

Soms gaat het er grondig aan toe: ‘Ik lever geen half werk en ben vrij rigoureus. Dat vinden scholen soms moeilijk, en dat begrijp ik heel goed. Ik sta er wat verder vanaf. Het voelt heel tegennatuurlijk om stapels boeken weg te doen.’ Zo gooide ze ooit tot grote schrik van een juf een oud exemplaar van Kruistocht in spijkerbroek weg. ‘Hoe ik dat kon doen, háár lievelingsboek als kind! Nadat ik haar had uitgelegd dat deze versie, een oud exemplaar vol vlekken, vergeelde en losse bladzijden, niet meer van deze tijd was, begreep ze het beter.’

Plezier in lezen staat voorop

‘Bij twijfel zeg ik altijd: weg. Denk niet: “anders wordt het hier zo leeg.” Een standaardlijst met absoluut noodzakelijke titels vind ik daarom ook niet zo interessant. Het gaat erom dat de boeken gelézen worden, niet dat ze op de plank blijven staan.’

Volgens Merel is het allerbelangrijkste dat leerlingen (weer) met plezier gaan lezen. ‘Dat de resultaten omhoog gaan is natuurlijk erg mooi – en dat gaan ze ook, maar leesplezier staat voorop. Een goede, gevarieerde boekencollectie: dan gaan leerlingen lezen, dan heb je een bibliotheek waar kinderen graag komen.’

Extra tips van Merel: 

  • Lees niet jarenlang uit hetzelfde boek voor. Varieer!
  • Lees zelf ook als de kinderen lezen. Geef het goede voorbeeld.
  • Laat kinderen vrij om te kiezen wat zij zélf willen lezen. Ook als dat boeken zijn die niet jouw voorkeur hebben.

 

Er zijn nog geen reacties.